Zeven misverstanden over lerend kwalificeren

Lerend kwalificeren roept vaak meteen beelden op: persoonlijk maatwerk, minder examens, een portfolio, meer eigenaarschap. En eerlijk: sommige van die beelden kloppen deels. Maar er zitten ook misverstanden tussen die teams op een verkeerd spoor kunnen zetten. Hieronder zeven misverstanden die Nicole Schreibers (coauteur van de Lerend Kwalificeren Tool) in de praktijk regelmatig tegenkomt—en wat er schuurt als je ze niet bespreekt.

Misverstand 1: “Met lerend kwalificeren kunnen studenten sneller door de opleiding”

Ik hoor regelmatig: “Als studenten hun eigen route volgen, kunnen ze ook versnellen.” Soms kan dat inderdaad, maar dat is niet waar lerend kwalificeren om draait. Lerend kwalificeren gaat niet over tempo maken, maar over ontwikkeling volgen over een langere periode en daar zorgvuldig besluiten aan verbinden, én pas als het beeld compleet isAls je bij lerend kwalificeren vooral insteekt op snelheid, loop je het risico dat het gesprek vooral gaat over versnellen, vrijstellingen en ‘sneller aftekenen’, terwijl het in de basis een kwaliteitsvraag is: waar baseren we ons oordeel op en hoe maken we groei betrouwbaar zichtbaar?

Nicole Schreibers, Adviseur Onderwijs en Innovatie bij Graafschap College

Misverstand 2: “Lerend kwalificeren is een examending—dus het hoort vooral bij examinering”

Een tweede misverstand is dat lerend kwalificeren vooral “van examinering” is, of dat het een vervanger is van het examen. Lerend kwalificeren raakt zeker aan afsluiten en kwalificeren, maar het begint juist in het dagelijkse onderwijs: oefenen, feedback krijgen, reflecteren, bijstellen en opnieuw proberen. Als die basis niet stevig staat, wordt lerend kwalificeren al snel een extra stap: nóg een format, nóg een checklist, nóg iets dat “erbij” komt. Lerend kwalificeren werkt pas echt als het onderdeel is van hoe je leert én beoordeelt, onderweg én aan het eind.

Misverstand 3: “Lerend kwalificeren gaat vooral over de student; voor het team verandert er niet zoveel”

Lerend kwalificeren vraagt veel van studenten—maar net zo goed van het team. Het team moet samen helder krijgen wat zij onder kwaliteit verstaan, dezelfde taal gebruiken en afspraken maken over vragen als: welk bewijs telt mee, welke feedback verwachten we, en wanneer is het ‘genoeg’ om een besluit te nemen? Zonder die gezamenlijke basis wordt het voor studenten onduidelijk (“waar wordt nou op gelet?”) en voor docenten frustrerend (“waarom doen wij het zo verschillend van elkaar?”). Lerend kwalificeren landt alleen als je het samen wilt oppakken én er als team ook tijd en ruimte voor maakt.

Close-up of a computer screen displaying ChatGPT interface in a dark setting.

Misverstand 4: “Lerend kwalificeren lost de AI-spanning rond toetsen en examineren wel op”

Ik hoor soms: “Als we lerend kwalificeren doen, zijn we van het AI-probleem af.” Dat is te optimistisch. AI verandert de onderwijspraktijk, en lerend kwalificeren verandert de manier waarop je bewijzen verzamelt en besluiten neemt—maar het één lost het ander niet automatisch op. Sterker nog: als je meer werkt met authentieke producten en portfolio’s, wordt het juist belangrijker om scherp te hebben wat je waardeert, wat je als bewijs accepteert en hoe je authenticiteit en gelijkwaardigheid borgt. Lerend kwalificeren gaat dus niet over “AI weg-organiseren”, maar over betere afspraken en een stevig ontwerp, zodat besluiten eerlijk blijven (dus gelijkwaardig, onderbouwd en zo weinig mogelijk willekeurig) én tegelijk navolgbaar en uitlegbaar.

Misverstand 5: “Als enkele teamleden enthousiast zijn, kunnen we gewoon starten”

Een klassieker: enkele collega’s willen heel graag, en voor je het weet ontstaat het gevoel dat het hele team “mee moet”. Maar lerend kwalificeren werkt niet als iets van een paar mensen. In de verkenningsfase hoort juist de vraag centraal te staan: ‘Is er draagvlak in het team, hebben we ontwikkelruimte en is er rugdekking? En kunnen we verschil van mening normaal vinden, zónder dat iedereen zijn eigen aanpak gaat volgen?’

Lerend kwalificeren vraagt om gezamenlijke keuzes en één manier van werken. Als docenten verschillend omgaan met wat als bewijs telt, hoe feedback wordt vastgelegd en wanneer iets ‘voldoende’ is, weten studenten niet meer waar ze aan toe zijn en wordt het moeilijk om besluiten gelijkwaardig en onderbouwd te nemen. Daarom vraagt lerend kwalificeren om een bewuste teamkeuze, met duidelijke afspraken, een heldere rolverdeling en ondersteuning die daarbij past.

A diverse group of colleagues joins hands in teamwork in a modern office setting.
Young man stressed during an exam in a classroom setting.

Misverstand 6: “Lerend kwalificeren is dé oplossing voor werkdruk, motivatie en examenstress”

Soms wordt lerend kwalificeren bijna als een wondermiddel gezien: minder werkdruk, meer motivatie bij studenten, minder examenstress, meer maatwerk en een betere aansluiting op het beroep. Lerend kwalificeren kan veel brengen, maar het vraagt ook wat: tijd, vakmanschap, samenwerking en duidelijke kaders. Als je start vanuit “dit gaat alles oplossen”, wordt het al snel teleurstellend.

Daarom is een betere startvraag: wat schuurt er nu precies, en wat willen we verbeteren? Bovendien kent lerend kwalificeren ook eigen valkuilen. Als je te veel datapunten gaat verzamelen, kan de administratieve druk oplopen—omdat docenten dan steeds feedback moeten vastleggen, bewijzen moeten uploaden, rubrics moeten invullen en aftekenmomenten moeten registreren—waardoor er minder tijd overblijft voor onderwijs begeleiding. En als niet helder is wat wél en níet vastgelegd hoeft te worden, schuift de focus van leren naar registreren. De kern blijft: bewijzen verzamelen is geen doel op zich. Het gaat om voldoende informatie om zorgvuldig te kunnen beslissen, op een manier die voor het team ook uitvoerbaar en werkbaar blijft.

En als laatste: zelfs met draagvlak en goede intenties werkt lerend kwalificeren niet zonder een gedeelde visie op leren, ontwikkelen, beoordelen en beslissen.

Misverstand 7: “We hebben een onderwijsvisie; visie op beoordelen en beslissen werken we later wel uit”

Een visie is het startpunt, maar bij lerend kwalificeren moet die visie óók expliciet gaan over leren en ontwikkelen, én over beoordelen en beslissen. Anders blijft lerend kwalificeren een mooi idee zonder houvast. De kernvraag is daarom: past lerend kwalificeren bij onze visie op onderwijs én afsluiting? En past het bij onze opleidingscontext en het beroep?

Daarbij helpt het om begrippen scherp te houden. Beoordelen is: evalueren waar de student staat ten opzichte van waar hij/zij naartoe werkt. Beslissen is: een consequentie verbinden aan één of meerdere beoordelingen. Als dit nog niet goed in de teamvisie zit, is het verstandig om dáár eerst samen aan te werken.

Zonder heldere afspraken over bewijsvoering, feedback, rubrics en beslismomenten blijft lerend kwalificeren vaag. En vaagheid helpt niemand—niet studenten, niet docenten en ook het werkveld niet. Lerend kwalificeren vraagt juist dat je het eenvoudig kunt uitleggen: zo volgen we ontwikkeling, en zo ronden we af.

A diverse group of professionals joins hands in a team-building exercise indoors.

Neem voor meer informatie contact met ons op

  • Evelien Hulscher

    Evelien Hulscher

    Functie:Senior Adviseur

Ook interessant voor jou