Van ontwerp naar praktijk: hoe maak je lerend kwalificeren voor burgerschap werkbaar?

Als een opleiding kiest om burgerschap te kwalificeren middels de principes van lerend kwalificeren, zijn daar verschillende stappen en fases in te doorlopen. Een ontwerp voor lerend kwalificeren is een belangrijke basis. De kwalificatie-eisen zijn vertaald naar een leerroute, studenten weten welke ontwikkeling zij moeten laten zien en teams hebben nagedacht over bewijs en beoordeling. De praktijk begint daarna. Want een nieuwe manier van kwalificeren verandert niet alleen de manier waarop studenten worden beoordeeld. Het verandert ook de manier waarop teams samenwerken, studenten begeleiden en kwaliteit bewaken.

Van plan naar dagelijkse praktijk

De overstap naar lerend kwalificeren vraagt om nieuwe routines. Docenten werken niet alleen toe naar een afsluitend beoordelingsmoment, maar kijken gedurende de opleiding naar de ontwikkeling van studenten. Voor burgerschap betekent dit dat ontwikkeling zichtbaar wordt in verschillende situaties. Een gesprek over een maatschappelijk vraagstuk, een project waarin verschillende belangen samenkomen of een ervaring tijdens de stage kan aanleiding zijn om met studenten te reflecteren op hun handelen. De uitdaging zit vervolgens in het verbinden van deze ervaringen aan de kwalificatie-eisen. Een activiteit op zichzelf is geen bewijs. Het gaat om wat een student laat zien, de verzamelde feedback, welke ontwikkeling zichtbaar wordt en hoe dit wordt onderbouwd.

Mensen in gesprek in een vergaderruimte van een kantoorpand

Samen leren kijken naar kwaliteit

Lerend kwalificeren vraagt om een gezamenlijke werkwijze binnen teams. In de praktijk kunnen verschillende beelden bestaan over wat voldoende niveau is voor kwalificatie. De ene docent kijkt vooral naar het eindresultaat, terwijl een andere docent meer nadruk legt op ontwikkeling gedurende de opleiding. Deze verschillen zijn niet alleen een aandachtspunt, maar ook een onderdeel van professionele ontwikkeling. Door voorbeelden te bespreken, beoordelingen naast elkaar te leggen en samen betekenis te geven aan bewijs, ontstaat een gedeeld beeld van kwaliteit. Voor burgerschap is dat extra belangrijk. De ontwikkeling van studenten gaat vaak over complexe onderwerpen waarin meerdere perspectieven mogelijk zijn. Teams moeten samen kalibreren in hoe zij beoordelen of een student voldoende ontwikkeling laat zien binnen de thema’s van burgerschap.

Studenten begeleiden in eigenaarschap

Lerend kwalificeren vraagt ook iets van studenten. Zij worden actiever betrokken bij het zichtbaar maken van hun eigen ontwikkeling. Dat betekent niet dat studenten zelf verantwoordelijk worden voor de beoordeling. Wel leren zij om bewuster terug te kijken op ervaringen en te onderbouwen wat zij hebben geleerd. Bij burgerschap is reflectie daarbij essentieel. Een student ontwikkelt zich niet alleen door een maatschappelijk vraagstuk te bespreken, maar ook door te onderzoeken welke keuzes zijn gemaakt, welke perspectieven zijn meegenomen en wat dit betekent voor het eigen handelen. Goede begeleiding helpt studenten om losse ervaringen te verbinden aan hun ontwikkeling als professional en burger.

De verbinding met de beroepspraktijk

Burgerschap ontwikkelt zich niet alleen binnen de muren van de school. Ook de beroepspraktijk biedt situaties waarin studenten kunnen leren omgaan met verantwoordelijkheid, verschillen en maatschappelijke vraagstukken. Het werkveld kan daarom een waardevolle bijdrage leveren aan het zichtbaar maken van ontwikkeling. Praktijkervaringen geven studenten de mogelijkheid om kennis en vaardigheden toe te passen in situaties waarin echte keuzes gemaakt moeten worden. Door deze ervaringen te verbinden aan de kwalificatie-eisen van burgerschap ontstaat een breder beeld van de ontwikkeling van studenten.

Kwaliteit borgen vraagt om duidelijke afspraken

Wanneer kwalificatiebeslissingen gebaseerd zijn op meerdere vormen van bewijs, vraagt dat om een zorgvuldig proces. Teams moeten afspraken maken over de manier waarop informatie wordt verzameld, besproken en gewogen. Ook moet duidelijk zijn wie betrokken is bij de uiteindelijke kwalificatiebeslissing en hoe deze beslissing wordt verantwoord. De examencommissie heeft hierin een belangrijke rol. De commissie bewaakt niet alleen het eindresultaat, maar kijkt ook naar de kwaliteit van het proces. Zijn de kwalificatie-eisen herkenbaar in het ontwerp? Is de beoordeling navolgbaar? Zijn verantwoordelijkheden helder verdeeld? Door deze vragen samen te bespreken, ontstaat vertrouwen in de werkwijze.

De organisatie achter lerend kwalificeren

Een andere manier van kwalificeren vraagt om een passende onderwijsorganisatie. Studenten moeten weten welke ontwikkeling van hen wordt verwacht en op welke momenten zij feedback kunnen ontvangen. Docenten moeten zicht houden op de voortgang van studenten en toegang hebben tot de informatie die nodig is voor begeleiding en beoordeling. Onderwijslogistiek speelt hierin een belangrijke rol. De inrichting van systemen, planning en verantwoordelijkheden bepaalt mede of lerend kwalificeren ondersteunend werkt of juist extra belasting oplevert.

Professionalisering als blijvend proces

De rol van docenten verandert. Zij begeleiden niet alleen het leerproces, maar helpen studenten ook om ontwikkeling zichtbaar te maken en nemen deel aan gezamenlijke beoordeling. Dat vraagt om professionele ontwikkeling. Niet alleen door scholing, maar vooral door samen te leren in de praktijk: casussen bespreken, ervaringen delen en afspraken steeds verder aanscherpen. Teams die hiervoor ruimte maken, ontwikkelen stap voor stap een gezamenlijke werkwijze.

Lerend kwalificeren blijft in ontwikkeling

De invoering van het examen burgerschap is geen eindpunt. Teams zullen ervaringen opdoen, onderzoeken wat werkt en keuzes bijstellen. De kwaliteit van lerend kwalificeren ontstaat in de samenhang tussen onderwijs, begeleiding en beoordeling. Wanneer studenten gedurende hun opleiding kansen krijgen om zich te ontwikkelen en die ontwikkeling zichtbaar kunnen maken, ontstaat een kwalificatieproces dat beter aansluit bij wat studenten daadwerkelijk laten zien. Zo kan er een beslissingen over de beheersing van de burgerschapseisen die gebaseerd is op wat de student in verschillende contexten kan en heeft laten zien.

Veelgestelde vragen over lerend kwalificeren:

Nee. Een opleiding kan er ook voor kiezen om de principes van lerend kwalificeren specifiek voor burgerschap toe te passen. Wel is het belangrijk dat de keuzes voor burgerschap aansluiten bij de bredere visie op onderwijs, leren en examinering binnen de opleiding.
Lerend kwalificeren vraagt namelijk om een andere manier van kijken naar leren, begeleiden en beoordelen. Dat heeft gevolgen voor bijvoorbeeld de rol van docenten, het verzamelen van bewijs en de samenwerking met de examencommissie. Het is daarom verstandig om vooraf goed te bepalen welke onderdelen van de werkwijze je voor burgerschap wilt toepassen en welke organisatorische gevolgen dat heeft.

Dat hoeft niet, maar het vraagt wel om een andere inzet van tijd. Bij lerend kwalificeren verschuift een deel van de tijd van één of enkele grote beoordelingsmomenten naar het gedurende de opleiding volgen en bespreken van de ontwikkeling van studenten. Het ontwikkelen en implementeren van Lerend Kwalificeren is in eerste instantie wel vrij arbeidsintensief.
Daarbij is het belangrijk om niet van iedere leeractiviteit een beoordelingsmoment te maken of studenten zoveel mogelijk bewijs te laten verzamelen. Juist door bewust te kiezen voor betekenisvolle momenten en informatie die daadwerkelijk iets zegt over de ontwikkeling, kan het proces werkbaar blijven. Heldere afspraken binnen het team over wat wordt verzameld, wie wat doet en wanneer informatie wordt besproken zijn daarbij essentieel.

Nee. Een portfolio kan een hulpmiddel zijn binnen lerend kwalificeren, maar het is niet hetzelfde. Een portfolio verzamelt informatie en bewijs; lerend kwalificeren gaat over de manier waarop leren, begeleiden en kwalificeren met elkaar worden verbonden.
De kernvraag is daarom niet welk portfolio gebruiken we?, maar: welke informatie hebben we nodig om zorgvuldig te kunnen bepalen of een student aan de kwalificatie-eisen voldoet?

Nee, het doel is niet om zoveel mogelijk bewijs te verzamelen. Het gaat om het verzamelen van betekenisvolle informatie die inzicht geeft in de ontwikkeling van de student.
Een goed gekozen praktijkervaring, opdracht, gesprek of reflectie kan meer zeggen dan een grote verzameling documenten. Het is daarom belangrijk om vooraf te bepalen welke ervaringen en bewijzen daadwerkelijk relevant zijn voor de kwalificatie-eisen.

Daar is geen vaste hoeveelheid bewijs voor. Het gaat erom of de beschikbare informatie voldoende, relevant en betrouwbaar is om een onderbouwde kwalificatiebeslissing te nemen.
Omdat burgerschapscompetenties zich in verschillende situaties kunnen manifesteren, kan het nodig zijn om verschillende soorten informatie met elkaar te verbinden. Teams moeten daarom samen bepalen wanneer zij vinden dat er voldoende informatie beschikbaar is om tot een

Door niet alleen te vertrouwen op het oordeel van één persoon, maar te werken aan een gezamenlijk en onderbouwd beeld van kwaliteit. Teams kunnen bijvoorbeeld gezamenlijk voorbeelden bespreken, bewijzen analyseren en beoordelingen kalibreren.
Juist omdat burgerschap ruimte laat voor verschillende perspectieven, is het belangrijk om onderscheid te maken tussen verschillende opvattingen en het niveau waarop een student de kwalificatie-eisen laat zien. Gezamenlijke beoordelingscriteria en afspraken helpen daarbij.

Nee. Dat zou lerend kwalificeren onnodig complex maken. Het is juist belangrijk om vooraf afspraken te maken over welke informatie relevant is, wie deze verzamelt en wie verantwoordelijk is voor het volgen en bespreken van de ontwikkeling.
Een goede inrichting voorkomt dat meerdere docenten dezelfde informatie verzamelen of dat studenten en docenten worden belast met bewijs dat uiteindelijk weinig toevoegt aan de kwalificatiebeslissing.

De student wordt actiever betrokken bij het zichtbaar maken en onderbouwen van de eigen ontwikkeling. Dat betekent bijvoorbeeld dat studenten leren om terug te kijken op ervaringen, feedback te benutten en uit te leggen wat zij hebben geleerd en hoe dit aansluit bij de kwalificatie-eisen.

Nee, dat is niet wenselijk. Als studenten zich gedurende de opleiding moeten ontwikkelen en die ontwikkeling zichtbaar moet worden, vraagt dat om leeractiviteiten en begeleidingsmomenten die daarop aansluiten.
De invoering van nieuwe kwalificatie-eisen biedt daarom juist aanleiding om onderwijs en kwalificeren in samenhang te ontwerpen. Het gaat niet alleen om de vraag hoe beoordelen we aan het einde?, maar ook om welke leerervaringen hebben studenten nodig om zich naar de kwalificatie-eisen te ontwikkelen?

Geschreven door Evelyne Waterschoot en Nina van Veldhuizen

Meer weten over lerend kwalificeren voor burgerschap?

Ontdekt het hier:

Benieuwd hoe jouw team lerend kwalificeren succesvol in de praktijk kan brengen? Neem contact met ons op.

  • Nina van Veldhuizen

    Nina van Veldhuizen

    Functie:Senior Adviseur

  • Evelyne waterschoot (1)

    Evelyne Waterschoot

    Functie:Senior Adviseur