8 veelvoorkomende valkuilen bij het ontwikkelen van lesmateriaal (en vooral: hoe je deze kunt voorkomen)

Het mbo-onderwijs is voortdurend in ontwikkeling. De eisen van het werkveld en behoeften van studenten veranderen, kwalificatiedossiers worden aangepast en beroepen en beroepsopleidingen komen en gaan. Onderwijsteams staan voor de uitdaging om het curriculum hier op af te stemmen. Wanneer het curriculum verandert, vraagt dit om een aanpassing van het lesmateriaal (het fijnontwerp). Als onderwijskundig adviseur kom ik bij mbo-scholen door het hele land en zie ik dat onderwijsteams de fijnontwerpfase complex vinden. In dit artikel bespreek ik 8 valkuilen bij het ontwikkelen van lesmateriaal die ik vaak tegen kom in de praktijk, maar vooral ook hoe je deze fouten kunt vermijden.

1. Onvoldoende afstemming op leerdoelen

Lesmateriaal moet nauw aansluiten bij de leerdoelen van de les. Het ontwikkelen van materiaal dat niet direct bijdraagt aan het behalen van deze doelen kan leiden tot verwarring bij de student en een onsamenhangend curriculum.

2. Gebrek aan relevantie

Lesmateriaal moet relevant zijn voor de studenten en hun context. Het presenteren van inhoud die niet aansluit bij hun interesses, ervaringen en behoeften kan de betrokkenheid en motivatie verminderen. Je kunt de relevantie verhogen door studenten een vrije keuze te geven in een scala aan onderwerpen of door gastdocenten en professionals uit het veld uit te nodigen. Een andere tip is om gebruik maken van actualiteiten of trends uit het vakgebied of om de les aan te vliegen vanuit een challenge of probleem die de studenten kunnen oplossen met behulp van de geleerde concepten. Dit benadrukt de praktische relevantie van wat ze leren.

3. Onvoldoende gebruik van real-world voorbeelden

Een andere manier om de relevantie te verhogen is het toevoegen van levensechte voorbeelden uit de praktijk. Het ontbreken van praktische voorbeelden en casussen kan studenten belemmeren om de geleerde concepten in een praktische context toe te passen. Door levensechte taken te gebruiken, worden kennis, vaardigheden en attitudes niet los geoefend, maar geïntegreerd met elkaar. Hierdoor is het makkelijker om het geleerde in nieuwe situaties toe te passen.

4. Inhoud afvinken

Onder het mom van ‘alles moet voor de toets worden behandeld’ zie ik in de praktijk dat docenten vaak te veel leerstof behandelen. Overladen lesmateriaal met te veel informatie kan studenten overweldigen en zorgen voor oppervlakkig leren.

5. Activiteit vooropstellen en onvoldoende variatie in werkvormen

‘Deze werkvorm is leerzaam, dus die ga ik inzetten’. Leeractiviteiten plannen die niet in lijn zijn met de leerdoelen is een valkuil die ik regelmatig tegenkom. Start vanuit de doelen, maak daarna keuzes in activiteiten en werkvormen die ondersteunend zijn om het geleerde aan te tonen. Daarnaast is het natuurlijk gemakkelijk om steeds dezelfde leeractiviteiten in te zetten. Dit vinden studenten echter vaak saai en kan de motivatie laten afnemen. Zorg daarom voor voldoende variatie in (actieve) werkvormen, instructie en interactieve activiteiten.

6. Onjuist niveau van complexiteit

Het materiaal moet afgestemd zijn op het niveau van begrip van de studenten. Te complex materiaal kan ontmoedigend zijn, terwijl te eenvoudig materiaal kan leiden tot verveling en desinteresse. Differentiëren is daarom belangrijk.

7. Geen rekening houden met technologische mogelijkheden

Daarnaast zie ik dat docenten de kansen die technologische hulpmiddelen bieden nog niet optimaal benutten. Er zijn een heleboel online tools die het leren kunnen ondersteunen zoals Miro, Mural, Canva, Padlet, Trello, Quizlet, Socrative en nog veel meer.

8. Gebrek aan formatieve elementen

Het ontbreken van tussentijdse oefeningen, vragen en opdrachten om het begrip bij de student te controleren en te bevorderen kan de effectiviteit van het lesmateriaal verminderen. Het is dan ook belangrijk om voldoende formatieve elementen in je fijnontwerp mee te nemen.

Fijnontwerp cyclus

Om deze fouten te vermijden, is het belangrijk om met het ontwikkelteam een kritische en doordachte aanpak te hanteren bij het ontwikkelen van lesmateriaal. Daarnaast is het belangrijk om de gemaakte afspraken met betrekking tot het fijnontwerp goed vast te leggen en te delen met de collega’s. Zo is er voor iedereen meer duidelijkheid en kunnen de leereenheden beter op elkaar worden afgestemd. Regelmatig feedback verzamelen van collega’s en studenten kan ook helpen om het materiaal te verbeteren. Door een combinatie van die deze benaderingen toe te passen, kun je de kwaliteit van je lesmateriaal verbeteren en ervoor zorgen dat het effectief, boeiend en relevant is voor je studenten.