Terugblik bijdrage CINOP aan Erasmus+ | In gesprek met drie bevlogen collega’s

18 december 2020

Na 28 jaar het Erasmus+ programma voor het mbo en de volwasseneneducatie te hebben uitgevoerd, komt er voor CINOP een moment van afscheid. We spreken met drie CINOP-collega’s die zich hebben ingezet voor deze mooie programma’s.

In gesprek met Ellen Hanselman, directeur CINOP, Gonnie van der Eerden consultant mbo en Marieke Hanekamp consultant volwasseneducatie.

Om maar met de deur in huis te vallen: hoe kijken jullie terug op de jaren dat jullie het programma hebben uitgevoerd?

Ellen: “Ik werk alweer 13 jaar bij Erasmus+ en ik vind het bijzonder indrukwekkend om te zien welke stappen er zijn gezet op het gebied van internationalisering. Waar het in mijn beginjaren nog iets was dat het mbo er een beetje bij deed, heeft het nu een centrale plaats binnen de opleiding en maakt het steeds vaker deel uit van de visie en strategie van de instelling.”

Gonnie beaamt dit: “Een aantal jaren geleden was internationalisering op heel veel plekken nog geen thema, maar nu heeft Nederland het hoogste aantal door Erasmus+ geaccrediteerde scholen van Europa. Dat zijn scholen die internationalisering hebben vervlochten in hun beleid omdat ze begrijpen dat het een krachtig middel is om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en de studenten voor te bereiden op hun leven op de arbeidsmarkt.”

Marieke: “Het is altijd onze visie geweest dat Erasmus+ voor organisaties geen doel maar een middel is. Onze rol is om samen met stakeholders te onderzoeken hoe Erasmus+ hen kan ondersteunen om deze doelen te halen. Binnen de volwasseneneducatie is er een grote diversiteit tussen organisaties en de doelgroepen die zij ondersteunen, en de doelen die ze willen behalen. Aan deze verscheidenheid probeer je als agentschap recht te doen binnen de toch aardig vaste kaders van een subsidieprogramma.“

Nu was 2020 sowieso een vreemd jaar wat betreft internationalisering; lag het programma stil dit jaar door de corona-pandemie?

Ellen: “Natuurlijk zijn er heel veel internationale mobiliteiten niet doorgegaan als gevolg van COVID-19. Maar we hebben het toch niet minder druk gehad. Het blijkt dat je ook vanuit huis kunt bouwen aan internationale verbindingen en contacten.”

Gonnie: “Het was heel fijn om te zien dat internationalisering niet van de agenda’s van de mbo-scholen is verdwenen. Dit onderstreept wat we net ook al zeiden: het is een thema dat echt onderdeel uitmaakt van het beleid van veel scholen. Een aantal jaren geleden zou dit waarschijnlijk een heel ander verhaal geweest zijn. Veel organisaties zouden het voor kortere of langere tijd in de ijskast zetten. “

Wat was het voordeel dat jullie waren ondergebracht bij CINOP?

Gonnie: “Inhoudelijk was het heel fijn dat we snel konden schakelen met collega’s met veel aanvullende expertise over het Nederlandse mbo. We konden ook profiteren van elkaars kennis en netwerken. Een mooi voorbeeld is de handreiking over examinering in het buitenland. Door goede samenwerking met collega’s van CINOP en met partners als de MBO Raad, SBB, Nuffic en OCW is het nu mogelijk om de beoordeling van een buitenlandse leerervaring op het diploma te expliciteren. Door het delen van kennis en netwerken verrijkten we elkaar als medewerkers. Belangrijker nog: we waren ook in staat om internationalisering te verbinden in de nationale context waardoor we veel meer mensen konden bereiken.”

Marieke: “De aanwezigheid van EPALE bij CINOP, een Europees platform voor iedereen die werkt met lerende volwassenen, heeft ook een sterke link met Erasmus+. We bereiken deels dezelfde doelgroep en konden heel snel kennis en expertise uitwisselen. Zo bleven de lijntjes tussen stakeholders in Nederland én in Europa kort!”

En de toekomst?

Marieke: “We hebben altijd nauw samen gewerkt met het veld en dat blijven we doen. Het is een klein wereldje dus we zullen elkaar veel tegen blijven komen. Vanaf 1 januari gaat Nuffic het beheer over het gehele programma Erasmus+ Onderwijs & Training uitvoeren. Ik blijf wel samen met Gonnie en andere collega’s de al toegekende projecten begeleiden bij de uitvoer en afronding van hun project.“

Gonnie vult aan: “We blijven altijd door een internationale bril kijken. Vanuit het Agentschap hebben we de stap gezet om een Europees programma naar het Nederlandse onderwijs te brengen en dat blijven we doen. We blijven de internationale context in ons werk meenemen.“

Ellen: “We hebben de kracht ervaren van (internationale) samenwerking. We kennen de weg in Europa en kunnen verbindingen leggen tussen Europa en het werkveld. Dat is ook buiten het Erasmus+ programma van grote waarde.”

Tot slot: wat zijn jullie mooiste herinneringen?

Ellen benadrukt de fijne samenwerking in het team en met het veld. “Er zijn ontzettend veel mensen geweest die een bijdrage hebben geleverd; veel oud-collega’s die ook zeker credits verdienen voor het succes waar we vandaag voor staan.”

Over de hoogtepunten zijn de collega’s het allemaal eens: de ervaringen om zelf in internationale samenwerkingsverbanden te werken waren geweldig. Samenwerken met andere culturen en in aanraking komen met elkaars normen en waarden maakt dat je veel opener kunt zijn en jezelf kunt ontwikkelen. Je ervaart dat alles wat in Nederland vanzelfsprekend is, vanuit een internationaal perspectief ook anders kan. Tegelijkertijd merk je dat ondanks alle verschillen er ook een hoop overeenkomsten zijn. En dat maakt verbinding mogelijk.

Ellen sluit af met de veranderingen die je kunt zien bij de studenten die een internationale ervaring hebben gehad. “Soms zijn ze nog nooit buiten hun eigen gemeente geweest en wonen ze nog thuis. Na een periode in het buitenland, waar ze voor zichzelf moeten zorgen en werken en leren in een vreemde taal, zie je de verandering. Ze zijn echt getransformeerd in zelfstandige, zelfverzekerde mensen die klaar zijn voor de toekomst die hen staat te wachten.”

Gerelateerde artikelen