De staat van het onderwijs 2021 – drie versnellers om de student ècht centraal te zetten

Staat van het onderwijs cinop 2021 web

15 april 2021

In het rapport ‘De staat van het onderwijs’, gepubliceerd op 14 april, beschrijft de onderwijsinspectie de alarmerende trend die een aantal jaren geleden in het onderwijs is ingezet: de kwaliteit van het onderwijs komt steeds meer onder druk te staan en de ongelijkheid neemt toe.

Een belangrijk middel om dit tegen te gaan is flexibel onderwijs, waarbij de student centraal staat in plaats van het systeem. Het is duidelijk dat, ook in het kader van de maatschappelijke opdracht om een Leven Lang Ontwikkelen vorm te geven, flexibel onderwijs de norm zal gaan worden. De student staat daarbij centraal. Maar hoe doe je dat? In deze tekst presenteren we drie belangrijke knoppen waar je als onderwijsinstelling aan kunt draaien om dit proces te versnellen:

  • De student centraal = inclusief onderwijs
  • De student centraal = data: meten is weten
  • De student centraal = werk maken van een leven lang ontwikkelen.

1. De student centraal = inclusief onderwijs

De coronacrisis werkt als een vergrootglas op de geldende ongelijkheid in het onderwijs. Zo werd duidelijk dat toegang tot onderwijs geen vanzelfsprekendheid is, bijvoorbeeld door het ontbreken aan een goede studieplek, internetverbinding of laptop. Voor studenten met een ondersteuningsvraag, bijvoorbeeld vanwege een lastige thuissituatie (mantelzorg, jonge ouders) of een beperking, speelt dit probleem al veel langer. Voor de crisis gaf 46 procent van de studenten met een functiebeperking aan studievertraging te hebben, terwijl zij meer tijd besteden aan hun studie dan andere studenten (bron: monitor beleidsmaatregelen 2019 – 2020). De groep studenten met ondersteuningsvraag die in het reguliere onderwijs al belemmeringen ervaart, behoeft in deze crisistijd nog extra aandacht. Dit kunnen we doen door diversiteit tot norm te verheffen en uit te gaan van de behoefte van de student, in plaats van dat de student zich aanpast aan het standaard onderwijs.

Inclusief onderwijs is onderwijs dat zich aanpast aan de student. Onderwijs dat diversiteit als norm neemt in plaats van de gemiddelde student. Inclusief onderwijs is daarmee per definitie flexibel en zet de student centraal. Een goed inclusiebeleid werkt dus als een versneller voor een beweging die sowieso moet worden ingezet. Er bestaan al krachtige en beproefde instrumenten die kunnen worden ingezet voor verbetering. Denk aan toegankelijk toetsen en examineren, de inclusiescan op onderwijsbeleid, de mogelijkheden voor verbetering van de toegankelijkheid van digitale lesmaterialen en onderwijsgebouwen. De aanwezigheid van deze kennis en instrumenten kan ervoor zorgen dat een proces om studenten -met of zonder ondersteuningsvraag- dezelfde kansen te bieden door hen een centrale plaats te geven, snel kan worden opgepakt en uitgerold

2. De student centraal = data: meten is weten

Data-ondersteund onderwijs is een veelbesproken onderwerp, ook in het MBO. ROC’s beschikken al over veel algemene data, zoals inschrijfgegevens van studenten, studenttevredenheid en studentadministratie-data over toetsing en certificering. Er wordt nog weinig gebruik gemaakt van data op het niveau van de individuele student of de docententeams om inzicht te krijgen in bereikte resultaten en verbetermogelijkheden.

Door data veel dichter op het primaire leerproces te benutten, kun je heel gericht en efficiënt werken aan de kwaliteit van het onderwijs. Denk aan de Elektronische Leeromgeving of feedbacksystemen in combinatie met data omtrent de opbouw van het curriculum. Hiermee kunnen we het leerproces nauwkeurig in beeld brengen. En zeer precies gaan voorspellen welk type student risico loopt om te stoppen of over te stappen. Wie doet het goed op een bepaalde opleiding en wie niet, en waarom? Met dergelijke kennis kunnen docenten adequaat en tijdig ingrijpen. De inzichten van de data kunnen ook dienen als input voor het flexibiliseren van het curriculum. Zo kunnen verschillende student journeys door het curriculum worden geïdentificeerd en worden gekoppeld aan de studentstromen, om vervolgens succesvolle en minder succesvolle routes te definiëren als startpunt voor verandering.

In de ‘Datacoalitie student-journey’, een gezamenlijk initiatief van Noorderpoort, Albeda College, saMBO-ICT en CINOP, worden krachten gebundeld. De student-journey-data van deelnemende onderwijsinstellingen worden geanalyseerd en samengevoegd. Vervolgens worden er verschillende data science-technieken toegepast zodat de student echt centraal kan worden gezet. Zo kunnen data ook een krachtig instrument zijn om studenten in het zicht te krijgen èn te houden – een zorg die naar voren komt uit ‘De staat van het Onderwijs’  en die tijdens de Covid crisis enorm is toegenomen.

3. De student centraal = werk maken van een leven lang ontwikkelen

Toekomstbestendig onderwijs is in staat om op te leiden voor de arbeidsmarkt van vandaag en morgen. Dit onderwijs zal het vermogen moeten hebben om mensen hun hele leven lang te helpen ontwikkelen, via bijvoorbeeld om- en bijscholing. Het belang van deze grote maatschappelijke uitdaging wordt inmiddels wereldwijd onderkend en gedragen, maar de uitvoering en organisatie daarvan zijn voor veel organisaties nog erg lastig. Zeker ook gezien de schaal die hier bij komt kijken.

Tegelijkertijd is duidelijk dat de eisen en voorwaarden die worden gesteld aan het opleiden van volwassen, ook steeds relevanter worden voor het reguliere onderwijs: onafhankelijk van plaats en tijd bijvoorbeeld, passend bij de specifieke leerwens van de student. Flexibel onderwijs waarbij de student echt centraal staat, gaat, in deze ontwikkeling dan ook niet meer uit van onderscheid tussen jonge studenten en lerende volwassenen. Je stopt niet meer met het student-zijn op het moment dat je een diploma krijgt, maar je blijft het je hele leven. Flexibel onderwijs zal de norm zijn die Leven Lang Ontwikkelen faciliteert.

Meer lezen over flexibel onderwijs