Leerecosystemen: een paradigmashift met grote gevolgen

Ecosystemen: een nieuwe kijk op het onderwijs

We zien dat steeds vaker het onderwijs niet meer als onderdeel van een kennisinfrastructuur wordt benaderd, maar als een (deel van een) leerecosysteem. Een ecosysteem is veel complexer dan een infrastructuur. Waarom zou je willen denken in termen van een ecosysteem? Welk probleem lossen we daarmee op? Het antwoord is simpel: de toenemende complexiteit van de wereld waar we met zijn allen deel van uitmaken, vraagt om een nieuw begrippenkader. Een begrippenkader dat recht doet aan onderwijs dat deze veranderende wereld verlangt.

De snel veranderende wereld als het gevolg van o.a. technologische ontwikkelingen, dataficering, demografische ontwikkelingen, regionale versterking en andere trends, maakt het speelveld waarin organisaties zich bewegen steeds complexer. Mensen en organisaties zijn steeds afhankelijker van elkaar en om echt iets te bereiken is samenwerking steeds vaker een noodzakelijke voorwaarde.

Denken in termen van een ecosysteem is in het begin lastig. Maar, wanneer je het eenmaal onder de knie hebt, voegt dit nieuwe paradigma enorm veel toe. Mits zeer consequent toegepast kun je de impact van jouzelf, je (onderwijs)organisatie en andere regionale stakeholders enorm vergroten.

Wat verstaan we onder een ecosysteem?

Dialogic geeft in haar onderzoek naar onderzoeks- en innovatie ecosystemen (dat de basis vormt voor de kamerbrief Visie op de toekomst van de industrie in Nederland) de volgende definitie:

Een ecosysteem […] omvat een dynamische set van samenhangende actoren, activiteiten, faciliteiten en regels die van belang zijn voor […] individuele actoren en groepen van actoren en, hierdoor, voor het creëren van waarde (Dialogic, 2020)

Hoewel we kunnen discussiëren over deze definitie, kunnen we de kern overnemen: wanneer je het onderwijs ziet als (onderdeel van) een ecosysteem, begrijp je dat er binnen dat ecosysteem geen onafhankelijke, opzichzelfstaande individuele actoren zijn, maar dat ze allemaal samenhangen. En dat, wanneer een onderdeel verandert, de rest van het ecosysteem mee verandert. Een ecosysteem is verbonden met andere ecosystemen, maar ook begrensd; in het geval van een onderwijs ecosysteem opereert deze primair op regionaal niveau; verbonden met regionale actoren, de regionale arbeidsmarkt, etc. Iets dat succesvolle topopleidingen al goed realiseren.

Hoe laat je het oude paradigma los?

Hoewel de definities en begrippenkaders steeds beter worden, is met name de manier waarop met de ecosystemen wordt omgegaan nog sterk gegrond in de oude manier van kijken. Namelijk als een systeem dat je van buitenaf kunt managen. Zo spreekt het onderzoek van Dialogic over een krachtige regie om de kwaliteit van een ecosysteem te vergroten. Op deze manier beschouw je een ecosysteem niet als een ecosysteem, maar als een ‘klassiek’ systeem, maar dan complexer.

En dat is niet zonder gevolgen; de kracht van een ecosysteem komt namelijk uit het ecosysteem zelf; hoe beter het zichzelf organiseert, hoe effectiever het zal worden. Dat betekent dat je moet zorgen dat de voorwaarden voor het ecosysteem worden gemaximaliseerd. Dus geen management van individuele actoren, maar zorgen voor omstandigheden die zorgen dat de individuele actoren vanuit de samenwerking zich kunnen ontwikkelen.

Dat betekent dus een andere manier van (onderwijskundig) leiderschap waarbij een dienende, faciliterende rol de bovenhand voert. In plaats van zoeken naar vormen van controle om deze ontwikkeling te stimuleren, moeten we onderzoeken hoe je als onderdeel van een ecosysteem kunt bewegen; hoe je je, bijvoorbeeld als onderwijsinstelling, kunt ontwikkelen en daarmee ook het ecosysteem ontwikkelt. Hoe beweeg je je als organisatie in zo’n complexe omgeving?

Niet trekken, maar water geven

Het gezegde ‘gras groeit niet door eraan te trekken, maar door de wortels water te geven’ geeft een goed beeld van wat je wel en niet moet doen om een ecosysteem te ontwikkelen. Niet door voor te schrijven in welke richting die entiteiten moeten groeien, hoe snel dat moet en wanneer de oogst rijp moet zijn, maar door te interveniëren in de condities. Dat wil zeggen: het creëren van mogelijkheden, door ruimte te bieden aan nieuwe toetreders, het zichtbaar maken van mogelijkheden voor partijen om aan te sluiten, het verbinden van subsysteempjes en andere ecosystemen.

Wat voorop moet staan is het versterken van het organiserend vermogen van het ecosysteem en ruimte maken voor het stimuleren van lopende ontwikkelingen. Door deze naar een hoger plan te brengen op kwaliteit en door het versnellen van groei- en leerprocessen.

Hoe doe je dat?

We zien in het veld dat er een aantal onderwijsinstellingen zijn die al heel goed in staat zijn om te opereren in een regionaal systeem. Waar klassieke instellingen nog denken in een infrastructuur – dat wil zeggen dat ze zichzelf zien als (schakel in) een keten waarbij aan de ene kant leerlingen naar binnenkomen, die worden opgeleid en de school verlaten. En aan de achterkant de instelling om de arbeidsmarkt te betreden. Onderwijsinstellingen die opereren in een regionaal systeem beschikken over bekwame docenten die in staat zijn om verschillende rollen te spelen. Die in verbinding staan met het werkveld waarmee zij samen bepalen wat er nodig is in de regio qua opleiding en op welke manier die het beste kan worden gegeven. De studenten in deze instellingen leren in de praktijk; ze werken aan echte problemen en leren on the job. En heel kenmerkend voor een ecosysteem: alle partijen leren van deze verbindingen. Het is geen eenrichtingsverkeer maar een continue uitwisseling waarbij iedereen zich blijft ontwikkelen.