Ontsluit de innovatiekracht van het regionale ecosysteem

14 juni 2021

Blog door Huub Dekkers en Freek Grootenboer

De Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie (AWTI) geeft in het rapport Advies: Samen de lat hoog leggen – Regio en rijk bundelen krachten voor innovatie antwoord op de vraag hoe de overheid de regio’s kan helpen om hun innovatiekracht te versterken. Om de transitie naar een groene, duurzame, digitale en inclusieve economie te maken, is innovatie immers cruciaal. Deze innovatie vindt vooral in de regio plaats, waar bedrijven, wetenschap, maatschappelijke organisaties en individueel talent elkaar opzoeken en versterken. De AWTI geeft daarom een aantal adviezen aan de overheid om dit regionale proces te verbeteren en te versnellen.

Overheid als onderdeel van ecosysteem in plaats van externe beheerder

De AWTI beschouwt de regio’s volledig terecht als complexe ecosystemen. We hebben al eerder geschreven over de manier waarop je met een ecosysteem om zou moeten gaan; niet als een klassiek systeem dat je van buitenaf kunt managen door aan de juiste knoppen te draaien, maar door het scheppen van de juiste condities waarbinnen het ecosysteem zich kan ontwikkelen. In dit artikel bepleiten we dat ook de overheid als onderdeel van dit systeem moet worden gezien en niet als een externe ‘ecosysteem-beheerder’ die van buitenaf invloed uitoefent. Want alleen zo zullen de adviezen die de AWTI terecht formuleert, goed kunnen worden uitgevoerd.

Vier adviezen

De vier adviezen van de AWTI:

  1. Voor de lange termijn is een ‘stip op de horizon’ nodig; een integrale visie op hoe Nederland er na de transities uit zal moeten zien. Deze visie vormt het kader waarbinnen het rijk en de partijen in de regionale ecosystemen kunnen samenwerken aan de transitieopgaven. Op dit moment is het grote verhaal achter het toekomstbeeld van Nederland namelijk nog niet duidelijk. Met een goede visie kunnen de individuele regio’s werken aan een gezamenlijk, overkoepelend doel, om gerichter en effectiever aan de slag te kunnen.
  2. De overheid moet de samenhang en verbinding tussen de regio’s onderling – en tussen nationale en regionale opgaves – meer en beter faciliteren. Er is op dit moment te weinig samenhang in het beleid waardoor rijk en regio niet samen gericht aan innovatieopgaven werken. De gezamenlijke, overkoepelende visie kan daarbij de samenhang in het beleid brengen, waardoor de versnippering (en overlap) van tijd, aandacht en middelen vermindert.
  3. Het derde advies is een pleidooi voor de versterking van regionale ecosystemen voor onderzoek en innovatie, zodat het innovatief vermogen binnen heel Nederland groter wordt. Nederland loopt internationaal voorop op het gebied van samenwerking tussen overheid, bedrijven en kennisorganisaties. Maar hoewel Nederlandse regionale onderzoeks-en innovatie ecosystemen redelijk goed op orde zijn, vertonen zij nog zwakke plekken. Zo zijn er bijvoorbeeld geen goede kennisinfrastructuren, is er een gebrek aan talent in de regio, is er sprake van een weinig innovatie-en groeigericht mkb of loopt de samenwerking tussen partijen niet goed. Dat is zorgelijk, omdat deze zwakke plekken de groei van de regionale ecosystemen ondermijnen en daarmee vernieuwing van de regionale én de nationale economie frustreren.
  4. Regionale overheden hebben in het verleden altijd een belangrijke rol gespeeld in de opbouw van de nu sterke regio’s. Om te zorgen voor een evenwichtige optimalisatie van regionale innovatie-ecosystemen zijn veel kennis, kunde en middelen nodig met een betere verdeling over de regio’s.

Denken in ecosystemen: voorwaarden creëren in plaats van managen

De AWTI slaat met het adviesrapport de spijker op zijn kop. De regionale ecosystemen vormen de innovatie-motor van Nederland en het faciliteren van de regio’s zal de innovaties versnellen. Het advies bevat een aantal van de belangrijkste voorwaarden: een gezamenlijk doel in de vorm van een visie en een evenwichtige verdeling van de beschikbare middelen. Immers, een ecosysteem kan zich niet ontwikkelen wanneer het geïsoleerd is: hoe beter het samenwerkt met de omringende systemen, hoe beter het zich zal ontwikkelen. En hoe beter alle ecosystemen zich ontwikkelen.

Een ecosysteem is enorm complex. En een veelheid van ecosystemen die met elkaar communiceren en dezelfde doelen nastreven, is nog vele malen complexer. Deze complexiteit betekent dat je een ecosysteem niet kunt behandelen als een klassiek systeem. Een systeem dat je kunt managen: je kunt aan knoppen draaien om het te beïnvloeden zodat het doet wat je wilt. De complexiteit van een ecosysteem betekent dat je, wanneer je een element beïnvloedt, er vele onvoorziene gevolgen zijn. Niet alleen onvoorzien, maar vooral vaak ook ongewenst. Denk ter illustratie aan een natuurlijk ecosysteem; wanneer de mens het actief gaat beïnvloeden, ontstaat er vrijwel altijd enorme schade. Een ecosysteem is niet te managen. We kunnen wel de juiste condities scheppen waarbinnen een ecosysteem zich kan ontwikkelen.

Dynamiek en leren van fouten

Dat is eigenlijk precies waar de adviezen van de AWTI voor pleiten; ze vraagt de overheid om visie en om de middelen evenwichtig te verdelen. Echter, hoe belangrijk en noodzakelijk dit ook is, de overheid zal voorzichtig zijn met het vrijgeven van middelen. In een interessant artikel op het World Economic Forum, laten de auteurs zien dat innovatie gepaard gaat met veel mislukkingen. De meerderheid van de innovaties waarin wordt geïnvesteerd, mislukt. En dat is, zeker in het huidige politieke klimaat, iets waar overheden hard op worden afgerekend. “Geldverspilling!” zal er al snel worden geroepen en de verantwoordelijke politici zullen ter verantwoording worden geroepen. Om te voorkomen dat politici te huiverig worden en er te weinig geld gaat naar de zo noodzakelijke innovaties, moeten we begrijpen dat ook de overheid deel uitmaakt van een breder systeem. Het Rijk investeert inderdaad in vele innovaties, en de meerderheid zal niet succesvol zijn. Dat is soms kostbaar, maar deze kosten wegen niet op tegen de investeringen die wel succesvol zijn. En vaak hebben deze succesvolle innovatieprojecten geprofiteerd van de minder succesvolle projecten, bijvoorbeeld door te leren van de fouten die daar zijn gemaakt. Het is daarom belangrijk om het Rijk in deze dynamiek te beschouwen als onderdeel van het ecosysteem. Dat betekent dat we initiatieven niet moeten afrekenen op individuele mislukkingen – investeringsprojecten die niets of niet genoeg hebben opgeleverd – maar op de waarde voor het geheel. Zo zou je kunnen overwegen om, zoals het artikel suggereert, een gedeelte van de winst die succesvolle innovatieprojecten opleveren, terug te laten vloeien in het investeringsfonds zodat het hele ecosysteem op de lange termijn mee kan profiteren.

Ruimte voor experimenten in het onderwijs

Ditzelfde geldt ook voor een grote organisatie zoals een onderwijsinstelling. Ook voor hen geldt dat innovatie en vernieuwing in haar totaliteit moet worden bekeken. Ook hier moet het leiderschap niet focussen op individuele projecten; projecten die niet goed gaan, kunnen zeer leerzaam zijn en zijn in het grotere geheel vaak wel degelijk van waarde. Door dit in te zien, creëer je letterlijk en figuurlijk ruimte voor experimenten. Mensen durven op nieuwe dingen te proberen wanneer ze niet direct worden afgerekend, maar worden gewaardeerd, zelfs wanneer hun experiment niet succesvol is. Deze ruimte – een ruimte waar mensen fouten durven maken en leren van hun fouten, is de belangrijkste voorwaarde voor innovatie. Vanuit de ecosysteem-gedachte leren we dus hoe je zo’n ruimte kunt creëren en laten groeien; niet door elkaar af te rekenen op individuele mislukkingen, maar om te blijven denken in waarde voor het geheel.

Gerelateerde items

Versneld bij- en omscholen tijdens en na de coronacrisis – hoe doe je dit?

Leercultuurscan | In drie stappen zicht krijgen op de leercultuur en verbeteropties

Inzet leercultuurscan startpunt voor professionalisering van medewerkers bij ROC’s