Flexibiliseren? Denk inclusief vanaf het begin
Flexibilisering staat hoog op de agenda van veel onderwijsinstellingen, en dat is terecht. De arbeidsmarkt verandert snel, Leven Lang Ontwikkelen (LLO) wordt belangrijker en een diverse studentenpopulatie vraagt om maatwerk in onder andere leerroute, tempo en onderwijsvorm.
Flexibilisering biedt veel kansen om wendbaar en toekomstbestendig onderwijs te realiseren. Daarmee kan het onderwijs beter aansluiten op de veranderende behoeften van studenten, het werkveld en de samenleving. Zonder inclusief perspectief bestaat echter het risico dat flexibilisering vooral werkt voor studenten die hun weg binnen het onderwijs toch al weten te vinden. Flexibel onderwijs wordt pas echt krachtig wanneer inclusie vanaf het begin wordt meegenomen in zowel de visie, ontwerpprincipes als het curriculumontwerp.
Flexibilisering begint met ontwerpkeuzes
Flexibel onderwijs is een onderwijssysteem dat zich aanpast aan veranderende omstandigheden en studenten diverse mogelijkheden biedt in het wat, waar, wanneer, met wie en hoe van leren, resulterend in een erkend diploma of certificaat (CINOP, 2019). Het vraagt om bewuste ontwerpkeuzes over didactiek, begeleiding, afronding/waardering, inhoud, inrichting van leereenheden en de mate van keuzevrijheid voor studenten. Daarbij is flexibilisering geen doel op zich, maar een middel om onderwijs bijvoorbeeld beter te laten aansluiten op veranderende kwalificatie-eisen, LLO en de behoeften van uiteenlopende studenten(doelgroepen).
Waarom inclusie altijd relevant is
Elke studentenpopulatie is divers, simpelweg omdat onze samenleving divers is. Ongeacht de aanleiding voor flexibilisering, staat de diversiteit van studenten buiten kijf. De studentenpopulatie zal altijd bestaan uit studenten die werk en studie combineren, mantelzorgers, zij-instromers en studenten met een chronische aandoening of andere ondersteuningsbehoeften. Tegelijkertijd heeft iedere student, met of zonder expliciete ondersteuningsvraag, eigen behoeften als het gaat om leren en ontwikkelen. Juist daar biedt flexibilisering mogelijkheden om hier beter op aan te sluiten.
Door al in de beginfase, bij het formuleren van een visie op flexibel onderwijs en bijbehorende ontwerpprincipes, rekening te houden met verschillen tussen studenten, voorkom je dat toegankelijkheid pas achteraf moet worden geregeld via uitzonderingen of individuele aanpassingen. Inclusief onderwijs vraagt om die beweging: niet achteraf aanpassen, maar vooraf toegankelijk onderwijs ontwerpen.
Universal Design for Learning als perspectief binnen een flexibel ontwerp
Zodra je nadenkt over verschillende routes, tempo’s, leervormen en manieren waarop studenten kunnen aantonen wat zij kennen en kunnen, stel je feitelijk al de vraag: hoe ontwerpen we onderwijs dat beter aansluit bij verschillen tussen onze studenten? Universal Design for Learning (UDL) biedt hiervoor drie principes:
De stap van flexibel onderwijs naar toegankelijk en inclusief onderwijs is klein, maar wordt nog lang niet altijd gezet. Dat is een gemiste kans. De drie principes van UDL sluiten namelijk goed aan bij de ontwerpkeuzes die je bij flexibilisering toch al maakt. In onderstaande tabel laten we zien hoe flexibel onderwijs en inclusief onderwijs elkaar onder meer kunnen versterken.
| Ontwerpkeuze binnen flexibilisering | UDL-principe | Voorbeeld |
| Didactiek: hoe leerstof wordt aangeboden | Representatie: het ‘wat’ van leren op meerdere manieren aanbieden | Naast een hoorcollege ook een instructievideo mét ondertiteling en een bijpassend (schriftelijk of podcast) praktijkvoorbeeld van dezelfde stof. |
| Begeleiding: vorm en intensiteit van ondersteuning | Betrokkenheid: het ‘waarom’ van leren; motivatie en zelfregulatie ondersteunen | Studenten kiezen tussen wekelijkse spreekuren, begeleiding door peers of een zelf opgesteld reflectiedagboek om hun leerdoelen op te stellen en te bespreken richting het behalen van de leeruitkomst(en). |
| Afronding en waardering | Actie & expressie: het ‘hoe’ van laten zien; meerdere manieren om een leeruitkomst aan te tonen | Studenten kiezen tussen een schriftelijke opdracht, mondelinge presentatie of praktijkopdracht voor dezelfde leeruitkomst. |
| Keuzevrijheid in route en tempo | Betrokkenheid: autonomie en eigenaarschap vergroten | Studenten stellen (deels) hun eigen leerroute samen uit een aanbod van leereenheden. |
In flexibiliseringstrajecten wordt tijdens de fase van visievorming vaak al gewerkt met persona’s of studentprofielen. Daar kan het inclusieve perspectief eenvoudig worden toegevoegd. Het UDL-spel, ontwikkeld door ECIO, laat teams vanuit verschillende personages met uiteenlopende (leer)behoeften denken. Dat maakt inzichtelijk waar mogelijke belemmeringen zitten en biedt direct handvatten om het onderwijs toegankelijker te ontwerpen.
Lerend kwalificeren: een keuze om te overwegen
Wie flexibiliseert met behulp van leereenheden of modules, komt vanzelf voor een extra ontwerpvraag te staan: hoe tonen studenten aan dat zij de leeruitkomsten beheersen en hoe ronden zij de leereenheden of modules af? In de praktijk zien we dat steeds meer scholen andere vormen van afsluiting overwegen. Een optie is lerend kwalificeren, waarbij leren en kwalificeren met elkaar zijn verbonden. In plaats van losse, beslissende toetsen vindt bij lerend kwalificeren de verantwoording plaats op basis van een veelheid aan bewijzen. Deze worden verzameld gedurende het leerproces en gebruikt om een uitspraak te doen over het al dan niet voldoen aan (een deel van) de kwalificatie-eisen (Kennispunt Onderwijs & Examinering, 2024).
Flexibilisering en lerend kwalificeren gaan niet automatisch samen. Het vraagt om doordachte ontwerpkeuzes. Als je binnen een flexibel leertraject leereenheden of modules wilt ‘afronden’, moeten deze robuust genoeg zijn: voldoende rijk, met genoeg diepgang en variatie in context om relevante en betrouwbare bewijzen op te leveren. Deze keuze raakt bovendien hetzelfde vraagstuk als UDL’s principe van actie & expressie: studenten meerdere manieren bieden om zichtbaar te maken wat zij beheersen. Daarmee is lerend kwalificeren geen verplicht sluitstuk, maar wél een optie die het overwegen waard is voor onderwijsinstellingen die werk willen maken van zowel flexibel als inclusief onderwijs.
Eén ontwerpvraagstuk, drie invalshoeken
Flexibilisering, inclusief onderwijs en lerend kwalificeren zijn geen drie afzonderlijke trajecten, maar drie invalshoeken op hetzelfde onderliggende ontwerpvraagstuk: hoe geef je studenten, in al hun verschillen, een eerlijke kans om te leren en te laten zien wat zij kennen en kunnen? Wie dat vanaf het begin in samenhang benadert, voorkomt dat inclusie en kwalificering later als afzonderlijke trajecten moeten worden toegevoegd en opgepakt.
Zet de stap naar inclusief flexibel onderwijs
Aan de slag met flexibilisering? Zet dan ook de stap naar inclusief onderwijs. Gebruik UDL als perspectief om je onderwijsontwerp toegankelijker, flexibeler en betekenisvoller te maken. CINOP en ECIO werken vanuit deze samenhang samen en denken graag vanaf de start mee. Wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact met ons op voor een gesprek, met beide partijen aan tafel.

