Blog

Belang van goede kennis-infrastructuur in het (mbo-)onderwijs

Door:Huub Dekkers | Gepubliceerd op 26 juni 2018 | Aantal reacties: 1

Belang van goede kennis-infrastructuur in het (mbo-)onderwijs

Het lijkt een traditie te zijn geworden in Nederland dat wetenschappelijke kennis niet goed wordt opgepakt door het onderwijs. Bij de talloze veranderingen en verbeteringen die de afgelopen decennia hebben plaatsgevonden – en die nog steeds plaatsvinden – werd en wordt maar zeer mondjesmaat gebruik gemaakt van kennis die is vergaard uit wetenschappelijk onderzoek.

Dit lijkt vooral te gelden voor het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Omdat hbo- en wo-instellingen een eigen onderzoekscapaciteit hebben, wordt er kennelijk vanuit gegaan dat het onderwijs van deze instellingen niet alleen vakinhoudelijk, maar ook onderwijskundig van de eigen onderzoekcapaciteit profiteert. Een aanname waar je overigens vraagtekens bij kunt zetten.

Hoewel de samenwerking tussen wetenschappers en mensen uit de opleidingspraktijk vaak moeizaam is, zien we op dit moment toch dat de behoefte aan (wetenschappelijke) kennis in het onderwijs stijgt – juist bij de opleidingen waar traditioneel gezien de samenwerking het slechts was. Langzaam maar zeker ontwikkelt zich, zeker in het mbo, van onderop een heuse onderzoekstraditie. Medewerkers van mbo-instellingen doen vaker zelfonderzoek of worden bij onderzoek betrokken. Dit wordt gevoed door ontwikkelingen als versterking van de denk- en innovatiekracht in opleidingsteams, intensiveren en professionaliseren van relaties met bedrijven, toename van het aantal master- en gepromoveerde docenten in het mbo en de inrichting van practoraten.

Een positieve ontwikkeling die we alleen maar kunnen toejuichten. Echter, een groot probleem bij dit proces is het ontbreken van een goede kennisinfrastructuur. Een infrastructuur die faciliteert en antwoorden geeft op cruciale vragen als: Wat doe je met die kennis? Hoe delen we kennis met anderen? Een goede kennisinfrastructuur vormt de basis voor een onderzoeksmatige binnenwereld in mbo-scholen: onderzoek van en door schoolmedewerkers in samenwerkingsverbanden van aan de school verbonden onderzoekers en docenten; dus niet het toepassen van onderzoek dat door anderen (‘de wetenschap’) is gedaan, maar het samen vormgeven aan het eigen onderzoek als opmaat voor het duiden en toepassen van de opbrengsten in de schoolorganisatie.

In deze onderzoeksaanpak is er zowel aandacht voor het onderzoeksproces chronologisch (van start tot finish) als voor reflectie op uitkomsten en hun toepassingsmogelijkheden (aan de hand waarvan het onderzoeksproces eventueel tussentijds kan worden bijgestuurd).

Een dergelijk onderzoeksklimaat is enorm belangrijk voor het onderwijs omdat het de voorwaarden schept voor de eisen die de samenleving als geheel en de arbeidsmarkt in het bijzonder aan haar stelt. In een steeds sneller veranderende wereld groeit de behoefte aan flexibiliteit; aan het vermogen om snel en wendbaar te zijn en tegelijkertijd om de professionaliteit te hebben om kwaliteit te kunnen blijven waarborgen.

CINOP is een partner die deze ontwikkelingen begrijpt en die kan helpen bij de creatie van een goede kennisinfrastructuur. CINOP is zelf een organisatie waarbinnen wetenschappers altijd nauw samenwerken met mensen uit de onderwijspraktijk. Waar mensen werken die zowel onderwijsexpert als onderzoeker zijn: adviseurs die weten hoe je kennis toepast en implementeert.

Dat betekent dus dat we een cultuur hebben waar twee werelden samensmelten: die van wetenschap aan de ene- en die van de opleidingspraktijk aan de anderen kant. “We walk the walk” om het maar eens in het Engels te zeggen.

Meer weten?

Lees ook het artikel ‘Nieuwe verbindingen tussen onderzoek en praktijkverbetering: het mbo in de lead.’


Overzicht CINOP blogs

Plaats hier uw reactie

Reactie:
Naam*
E-mailadres*

Overzicht reacties

Gepost: 26 juni 2018 | Gepost door: Joan
.
 | 1 |  >
Zoeken

Socialize met CINOP